Luister naar de diensten

Diensten

  1. 25-02 10:00 MK ds M. Visser m.m.v. Recreation
  2. 04-03 10:00 MK ds M. Visser
  3. 11-03 10:00 MK ds M. Visser
  4. 14-03 19:30 DK Biddag, ds M. Visser
  5. 18-03 10:00 MK pastor F. van der Louw

Kerkradio

U bent hier: Home - Onze kerk - Morgensterkerk - Orgel

   Orgel in de Morgensterkerk 

Voor de geschiedenis van het orgel in de Morgensterkerk moeten we teruggaan tot 1864. In dat jaar bouwt de firma J. Bätz & Co., te Utrecht, een nieuw orgel voor de Kloosterkerk in ‘s-Gravenhage. Het  vervangt een instrument uit 1680 dat op dat moment niet meer aan de eisen van de tijd voldeed. De Compagnon uit de firmanaam was Christian Gottlieb  Friederich Witte (1802-1873), de meesterknecht van Jonathan Bätz die in 1849 was overleden als laatste van de familie Bätz. Deze Witte heeft de befaamde orgelmakerij voortgezet, later met zijn zoon Johann Frederik Witte (1840-1902). De oplevering van het orgel vond plaats op 30 oktober 1864. Een afbeelding van het Bätz/Witte orgel vindt u rechts hiernaast.

 

 

Net zoals zijn voorganger, voldoet in de zestiger jaren van de vorige eeuw ook dit instrument niet meer. De Deense firma Marcussen & Søn vervangt het orgel  in 1964 door een drieklaviers orgel in neobarokke stijl (ook wel antiromantisch genoemd). De oude onderdelen worden door G. Haverkamp, handelaar in gebruikte orgelonderdelen te Wijhe, gekocht en in onderdelen doorverkocht. De windlade van het bovenwerk en het pijpwerk van het pedaal komen terecht in de Gereformeerde kerk vrijgemaakt te Dalfsen. De windlade van het pedaal  vindt een plaats in het orgel van de Hervormde kerk in Kapelle (Zld). De windlade van het hoofdwerk, met al het pijpwerk, het pedaal en de orgelbank worden in 1966 geplaatst in de toenmalige gereformeerde Morgensterkerk te Heemskerk. Het geheel wordt als een éénklaviers instrument in een open opstelling geplaatst.
 

 

 

Uit mededelingen van mijn voorgangers bleek dit instrument niet altijd even betrouwbaar te functioneren. Tijdens de preek moest geregeld losgeschoten verbinden hersteld worden en ook bevorderde de open opstelling de uitstraling van het geluid niet. In 1982 heeft de firma Kaat en Tijhuis uit Kampen een renovatie uitgevoerd.  
 

De belangrijkste werkzaamheden hierbij waren:
- Het maken van een kas in Witte stijl. Gekozen werd voor een vlak front in neogotische stijl, zoals de Witte’s veelvuldig toepaste in hun kleinere instrumenten. Als materiaal is oregon-pine genomen, een roodachtige naaldhoutsoort.

De (originele) frontpijpen zijn in drie velden van elk zeven pijpen geplaatst. Nog bestaande Witte orgels in dezelfde stijl zijn ondermeer te vinden in de hervormde kerken van Doorn (1873), Harmelen (1902) en Voorthuizen (1878)  en in de oudkatholieke kerk in Culemborg (1900). Opgemerkt moet worden dat Witte zonder uitzondering gebruik maakte van een vlakke frontlijst (de pijpen staan op dezelfde hoogte) en een cirkel- of V-vormig labiumverloop (de opening in de pijpen volgen een cirkel- of V-vormige lijn).
 

- Het verplaatsen van de speeltafel van de voorzijde naar de

   linkerzijde (van de kerk uit gezien).
- Het bespeelbaar maken van de (prestant)frontpijpen op het  

  pedaal via een transmissielade. De zes hiervoor ontbrekende

  pijpen werden bijgemaakt en op twee nieuw gemaakte laadjes

  direct achter het front geplaatst.
- De originele Bourdonpijpen (C-d’)  werden op een separate    

  pedaallade geplaatst. Deze lade bevindt zich rechts in de 

  kas. Op de vrijgekomen positie op de lade werd een

 Gemshoorn 2vt  geplaatst.
- Het delen van de Trompet 8vt in een bascant en een discant, de scheiding ligt tussen b en c’. Vanwege de beker-lengte zijn de grootste bekers verkropt. Adviseur hierbij was de heer Co Vlaanderen Oldenzeel uit Amsterdam.
 

In het begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw zijn de labia van de frontpijpen van bladgoud voorzien. Sindsdien is de dispositie van het instrument als volgt:


Manuaal             Pedaal
Prestant 8          Bourdon 16
Gemshoorn 2   Prestant 8 (transmissie)
Roerfluit 8  
Octaaf 4              omvang klavier: C-f’’’
Quint 3                omvang pedaal: C-d’
Octaaf 2              koppel pedaal naar manuaal
Fluit 4                  toonhoogte: 447Hz
Mixtuur III
Trompet 8 B/D  (in volgorde op de lade).

Nieuw gebouwde orgels van de Witte’s in Noord-Holland, boven het Noordzeekanaal bevinden zich in de hervormde kerk in de Rijp (1854), de doopsgezinde kerk in Purmerend (1864!, nu in de koepelkerk aldaar) en de Doopsgezinde kerk (1871), Grote kerk (1851, verbrand in 1878, nieuwbouw in 1889) en de Oosterkerk in Hoorn (1871) en de R.K. kerk in Wognum (1871, onherkenbaar verbouwd).

Verder zijn er enige onderhoudswerkzaam heden in Alkmaar, grote kerk, uitgevoerd in 1897/1898. Deze bescheiden werklijst is opmerkelijk voor een orgelmakerij die toentertijd in Nederland tot de grootste en beste gerekend mocht worden. Dat zal  waarschijnlijk veroorzaakt zijn door de concurrentie die men alhier ondervond van de orgelmakers Knipscheer en Pieter Flaes, beide werkzaam vanuit Amsterdam. 

Veelvuldig is door kerkbesturen contact met de Witte’s gezocht voor restauratiewerkzaamheden. Vaak waren ze niet in staat, vanwege drukte elders, te komen of waren ze domweg te duur. Had men eenmaal  een instrument geleverd, dan beviel dit vaak dermate goed, dat hier weer vervolgopdrachten uit voortkwamen bijvoorbeeld in Hoorn. De Morgensterkerk beschikt met dit instrument over een uniek werk in zijn omgeving met een bijzonder prettige speelaard en een breed dragende klank.

 

Sybren Boukes, organist

 

 

  • Contact

    Postadres PKN Heemskerk
    Vrijburglaan 2
    1962 VA Heemskerk
  • In en rondom de kerk

    Trouwen? Dopen? Een Uitvaart?
  • Schrijf je in voor de nieuwsbrief