Luister naar de diensten

Diensten

  1. 22-07 10:00 DK pastor E. Masetti (Zaandam)
  2. 29-07 10:00 DK ds A. Hoekstra (Amsterdam)
  3. 05-08 10:00 DK pastor E. Masetti (Zaandam)
  4. 12-08 10:00 DK ds B. Zitman (Zwolle)
  5. 19-08 10:00 DK ds S. Zuidema (Heemskerk)

Kerkradio

U bent hier: Home - Onze kerk - Dorpskerk - Interieur

   Het interieur van de Dorpskerk

Stel dat de kerkgangers uit 1629 nu de Dorpskerk zouden bezoeken, zagen zij dan nog iets herkenbaars ? Ja, zeker. Het gebouw als zodanig is nagenoeg niet veranderd. Het aantal ramen is hetzelfde gebleven en de oorspronkelijke deuren bevinden zich nog op dezelfde plaats. Het plafond en de trek en draagbalken zijn in de loop der eeuwen weliswaar vervangen, maar hebben hun plek behouden. Ook van het oude interieur is nog het nodige aanwezig. We gaan het allemaal  langs.

 

De preekstoel

In de protestantse eredienst is de preek het belangrijkste onderdeel, we beginnen daarom met de preekstoel.

De eikenhouten kansel met het trapje en de leuning met acht gekrulde spijltjes zijn in 1629 gemaakt. Dat weten we doordat op de achterwand van de preekstoel het jaartal 1629 is gebeiteld.

De preekstoel is aan de oostelijke muur bevestigd, zodat de predikant maar in één richting hoeft te kijken, recht voor zich uit. Aan de houten knop in de achterwand hing de dominee zijn steek. In de negentiende eeuw werden de predikanten verplicht een toga en een baret te dragen. Ik herinner mij Ds. Joh. IJzerman (1926-1947) die zijn baret altijd met een zwierige zwaai aan de knop hing.

Voor op de rand van de preekstoel is een koperen lessenaar bevestigd en daarop lag vroeger de Statenbijbel, waarover straks meer. In de vloer van de preekstoel bevindt zich in een uitsparing een ijzeren bakje met een roostertje. De preek duurde vroeger lang en de dominee kreeg ’s winters last van koude voeten. De koster zette voor de dienst een vuurtestje met gloeiende houtskool, turf of kolen in het ijzeren korfje, zodat de dominee zonder koude voeten zijn preek kon houden. In de kuip, de eigenlijke preekstoel, is een zitplankje aangebracht, waarop de voorganger tijdens het zingen kan zitten. De vroeger aanwezige kaarsenstandaard werd door de komst van het elektra overbodig. Ook de zandloper, die ervoor zorgde dat de dominee niet te lang of te kort preekte, is verdwenen. Onder aan de vijfkantige kuip bevindt zich het zogenaamde lampet eindigend in een grote houten knop. Dit is een fraai stuk houtsnijwerk, het enige dat in de kerk te vinden is. Links en rechts van de preekstoel hangt een bord, waarop de te zingen liederen worden aangegeven.

Bij de preekstoel hoort het doophek en daar gaan we nu naar toe.

 

Het doophek

Ook het doophek stamt uit 1629. Het is de afscheiding tussen de kerkenraad en kansel met de gemeente. De afgesloten ruimte die daardoor ontstaat, wordt ook wel de dooptuin genoemd. In de 17de eeuw was wel sprake van de ‘consistoriestoel’ of ‘kortweg de consistorie’. Het doophek bestaat uit een aantal panelen en daarboven balusters (stijltjes) en twee deurtjes met elk een ijzeren verkoperde boog. De ouders gingen met de dopeling onder de linkse boog door en kwamen zo bij het doopvont. Na het dopen gingen de ouders met het nu gedoopte kind onder de andere boog door weer terug naar hun zitplaatsen.

De plaats van het doophek was in de zestiger jaren onderwerp van veel discussie, omdat men geen afscheiding meer wilde tussen gemeente en kerkenraad. Uiteindelijk heeft het doophek nu zijn plaats vlak voor de preekstoel gekregen.

Voor het doophek zien wij de avondmaalstafel, een standaard voor de paaskaars en een lessenaar met de eerste en laatste letters van het Griekse alfabet: de Alfa en Omega (begin en einde). De koperen bekkenhouder voor het doopvont kan aan de standaard bevestigd worden. In het koperwerk van de bekkenhouder is een vis te zien. Deze vis (ICHTUS) is het teken van de Christenen in de Romeinse tijd.

 

Het doopvont

Het zilveren doopvont is in 1898 geschonken door baronesse Jacoba Margaretha Maria D’Ablaing van Giessenburg. Zij was de dochter van Jonkheer Jacob Rendorp van Marquette.

 

Het Avondmaalstel

Het zilveren Avondmaalstel is ook geschonken door deze baronesse en wel in 1899. Het stel bestaat uit een schenkkan, twee bekers en drie broodschalen. Op de kan en bekers zijn bijzonder fraaie ranken en druiven gegraveerd. Op één van de schalen staat een mooi wapen met een Latijnse inscriptie: CASSIS TVTISSIMA VIRTYS, VIRTVTE DUCE. Het is de wapenspreuk van de familie D’Ablaing Giessenburg. Deze spreuk is op twee manieren te vertalen:

1.Deugd is de veiligste helm, de moed is gids.

2.Een eerzaam (deugdzaam) man heeft niets te vrezen, de moed is zijn gids.

 

De Statenbijbel

De eerste Statenbijbels werden gedrukt in 1637. De bijbel van de Dorpskerk is van 1660 en staat nog altijd bekend als de beste Statenbijbel die ooit is verschenen en is gedrukt bij de Weduwe Paulus Aertsz Van Ravesteijn. De bijbel bevat zes geografische kaarten van Nicolaes Visscher en een wereldkaart van Claes Jansz.Visscher. De reden hiervoor is dat deze bijbel meeging aan boord van de VOC schepen. Het verhaal gaat dat de bijbel op een zondagmiddag met een boerenwagen uit Amsterdam is gehaald.

Op de foto zijn duidelijk de beschadigingen te zien. Deze zijn veroorzaakt door de lange togamouwen van de predikanten, die eeuwen lang uit de bijbel hebben voorgelezen. Tijdens de preek lag de bijbel opengeslagen op de koperen lessenaar.

 

Een bijzondere steen

Tussen het koorhek en de preekstoel ligt een merkwaardige steen. Deze steen stamt uit 1492. De inscriptie is het bisschoppelijke zegel van de bisschop van Utrecht.

In de jaren 90 van de vijftiende eeuw was er een opstand, opgetekend als de opstand van het Kaas- en Broodvolk, in Kennemerland en West Friesland vanwege de slechte leefomstandigheden en de hoge belastingen. De laatste slag vond plaats op het kerkhof van Heemskerk. Er is toen veel bloed gevloeid, waardoor de kerk opnieuw moest worden ingewijd. Die inwijding werd verricht door de bisschop van Utrecht. De steen is daar het eeuwenoude bewijs van. (Heemskring nr.7)

 

Het plafond van de kerk

De oudere gemeenteleden herinneren zich nog de tijd dat het orgel zich in het midden van de achterwand bevond. Als de kerk op hoogtijdagen te vol werd, was er nog plaats “op ’t orgel”. Aan weerszijden van het orgel stonden een paar bankjes. Een dergelijke orgelgalerij werd ook wel de kraak genoemd. Van die plek had men een mooi uitzicht op de beneden zittende kerkgangers.

Tijdens de restauratie van 1970-1973 is deze galerij gesloopt en kwam er tot ieders verbazing een  fraai balkon te voorschijn. Daarom is het orgel daarna tegen de zuidelijke wand geplaatst. Men vond bij de restauratie ook een balk met de originele West-Friese kleuren en rankenversiering terug. Dit zijn acanthusbladeren, oorspronkelijk te vinden bij de Romeinen. De kleuren en versieringen, nu te zien op alle balken en het plafond, stammen zeer waarschijnlijk ook uit 1629. In dat jaar werd de kerk in ere hersteld na de verwoesting door de Spanjaarden in 1572 tijdens het beleg van Alkmaar. De Spanjaarden hadden de steun en trekbalken nodig voor hun belegeringswerktuigen en misschien ook wel voor hun kampvuren.

Als men goed kijkt, ziet men dat de ranken aan de westzijde van elke balk, de kant van het orgel, groter zijn dan aan de oostzijde, de kant van de preekstoel.  De bedoeling of de betekenis hiervan is nog niet achterhaald. Het plafond zou de hemel kunnen voorstellen waar de ranken op de balken, de aarde, naar toe moeten groeien.

De grote kroonluchter in het midden, met zestien blakers, stamt zeer waarschijnlijk ook uit 1629. De anderen kronen zijn van latere datum. Zij zijn de vervangers van de olielampen, die tot ongeveer 1928 dienst hebben gedaan.

 

Het meubilair

Van de vroegere banken resten nog de banken voor de kerkenraad links en rechts van de preekstoel. Achter in de kerk, vanaf de kansel beschouwd, zien we links nog twee banken. De achterste verhoogde bank is de zogenaamde Geversbank. Ik herinner mij dat freule Gevers, geboren baronesse de Vos van Steenwijk, daar plaats nam en mij toeknikte. Ik “kende” haar van de Twentse bank in Beverwijk, waar ik haar aan de balie verscheidene malen heb geholpen. Rechts waren ook twee overdekte banken, maar deze hebben plaatsgemaakt voor de geluidsinstallatie.

Sinds 2012 staan er beklede stoelen. De kleuren zwart en rood wisselen elkaar af. Daarvoor stonden er de traditionele stoelen met rieten zittingen . Ook zijn er nog lange tijd klapstoelen in gebruik geweest.

 

De vitrine

In de vitrine, links van de preekstoel, worden een paar oude Bijbels en een tinnen Avondmaalstel uit de 18e eeuw tentoongesteld. Verder liggen er een gezangenboekje uit 1897, twee diaconiemuntjes uit 1880 en is er een opbergkistje met cijferplaatjes (om de te zingen psalmen en gezangen aan te geven op de borden).

Maar het bijzondere ligt onderin. Het is een tufsteen opgediept bij een onderzoek naar de fundamenten van de toren (Heemskring nr. 24). Het is een bewijs dat de eerste stenen kerk opgebouwd was met tufstenen.

Boven op de vitrine staan twee zeer oude tinnen collectebussen, die nog steeds in gebruik zijn.

Rechts van de preekstoel hangen aan de muur twee collectezakken met lange steel. Ze deden  vroeger dienst. Nu worden doorgeefzakken gebruikt.

 

De ramen

De tufstenen kerk is in de 12e of 13e eeuw vervangen door een kerk van kloostermoppen. Deze kerk had twee kapellen waarvan de vensters waren voorzien gebrandschilderde ramen. De wapens van de adellijke geslachten waren daarin afgebeeld. In de noorderkapel bevond zich ook een raam met de beeltenis van de bekende schilder Maerten van Heemskerck. In de notulen van de vroedschap van de Stad Hoorn wordt melding gemaakt van een schenking van een “glas” aan het dorp Heemskerk ter gelegenheid van de ingebruikneming van de kerk.

In de loop der eeuwen zijn al deze ramen en wapenborden door vernieling, afbraak en Franse revolutie verdwenen. Maar in 1997 nam de kerkenraad het besluit glas- en loodramen te plaatsen. De benodigde gelden kwamen bijeen door acties, donaties, schenkingen en een deel van opbrengst van de jaarlijkse bazaar. De ramen werden door vrijwilligers geplaatst. Kees Schmit uit Haarlem werd als glazenier en Bert Grotjohann als ontwerper aangesteld. Op 15 november 1998 werden de ramen officieel in een feestelijke dienst door de kerkenraad aanvaard.

 

Hieronder volgt een korte beschrijving van de zeven ramen.

Raam 1: Het blauwe raam. Dit raam heeft als onderwerp de verspreiding van het christendom in Kennemerland. Het blauwe water stelt de verspreiding van het evangelie voor. Bovenaan zien we drie vissen. Een vis, Ichtus in het Grieks, is het teken voor Jezus. Gebruikt door de Christenen in Rome als herkenningsteken.  

Raam 2: De groei van de kerk. In het tweede raam zien we de groei van de Christelijke Gemeenten  en de bouw van de kerk met gebrandschilderde ramen. Stoelend op de tekst in Efeziërs 2, vers 21 en 22. “Aan Hem (Jezus) dankt het hele gebouw zijn hechte constructie en door Hem groeit het uit tot een heilige tempel”.

Raam 3: De kerk verwoest en herbouwd. Dit raam laat de verwoesting van de kerk zien tijdens het beleg van Alkmaar in 1572-73. Al het houtwerk wordt gesloopt en de kerk vervalt tot een ruïne. Maar de kerk wordt herbouwd in 1628.

Raam 4: Heemskerk als tuindersdorp. Hier zien we de plattegrond van Heemskerk als agrarisch gebied. Het is de tijd van boeren, tuinders, aardbeien, bloembollen en koeien. Het gewone leven, zoals we dat vinden in het Bijbelboek Ruth. Het kruis is duidelijk zichtbaar.

Raam 5: Kerk en industrie. De tijd na de Tweede wereldoorlog. De industrie komt op en het inwonersaantal groeit sterk. Dit doet ons denken aan gezang 490, vers 1, 2 en 7: ” Hier is een stad gebouwd overal om ons heen, huizen en bomen en mensen van licht en van steen”.

Raam 6: Het toekomst raam. De Christelijke gemeente op weg naar het nieuwe Jeruzalem. Eens komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dit raam heeft betrekking op het tiende vers van gezang 490 en het laatste Bijbelboek, de Openbaring van Johannes, hoofdstuk 21, vers 1 en 2.

Raam 7: Alfa en Omega. Dit raam bevindt zich boven, in de consistorie. We zien hier de Griekse lettertekens Alfa en Omga. De Heer zegt: “Ik ben het begin en het einde”. De Hebreeuwse beginletters van de tien geboden zijn erdoor heen gevlochten.

 

Literatuur en bronnen

Een beschrijving van het orgel is te vinden in Heemskring 37.  In Heemskring 24 staat een artikel over de toren. De oude graven in de vloer van de kerk worden beschreven in Heemskring13 en 16. De obelisk onder de toren vinden we beschreven in Heemskring  6. In Heemskring 32: Vondsten in en om de Dorpskerk.

 

-H. van Benthem. Ongepubliceerd manuscript (1956).

-350 Jaar Dorpskerk. Uitgave: Hervormde Kerkvoogdij Heemskerk (1978).

-Jeugdherinneringen en documentatiemateriaal A.J. de Vries Ezn.

-Gesprekken met Berend Wietsma en Sytse ten Hoeve.

-De Speelwagen (1950).

-Gebrandschilderde glazen J.C. Kerkmeijer 1944.

-H.J.J. Scholtens. Uit het verleden van Midden Kennemerland  (Arnhem 1968)

 Met dank aan Jannie de Vries Jr. en Sytse ten Hoeve.

 

Ton de Vries
 

 

                  Beschilderd plafond

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                      Interieur

                           Preekstoel

  • Contact

    Postadres PKN Heemskerk
    Vrijburglaan 2
    1962 VA Heemskerk
  • In en rondom de kerk

    Trouwen? Dopen? Een Uitvaart?
  • Schrijf je in voor de nieuwsbrief